Nieuwsbrief mei 2017

Artikel: Kleine kindjes kleine zorgen, grote kindjes grote zorgen.
 

 

 

Kleine kindjes kleine zorgen, grote kindjes grote zorgen. Dat was een uitspraak van mijn oma, waar ik als kersverse moeder niks van begreep. Hoezo kleine zorgen? Ik had er enorm veel: Drinkt hij wel goed, ademt hij nog wel, waarom huilt hij toch zo veel? Ook toen mijn jongens opgroeiden kon ik me over veel zaken druk maken, bijvoorbeeld over hoe ze het met de start op het basisschool zouden doen, of ze wel goed zouden uitkijken in het verkeer, niet met vreemde mensen mee zouden gaan in de speeltuin.

Nu mijn kinderen groter worden begrijp ik de uitspraak van mijn oma beter. Ik lig nu wakker als mijn zoon van 16 jaar nog even de stad ‘s avonds in wil. Ik heb buikpijn als mijn zoon van 18 jaar met vrienden op vakantie gaat. En de jongste wil opeens ook uitstapjes maken waar ik nog niet aan toe ben.

Ik kan me nu al de zorgen voorstellen als ze straks op zichzelf gaan wonen, werk krijgen, een relatie aangaan. En dan nog maar niet te denken aan kleinkinderen. Och, wat zullen er nog veel zorgen volgen.

Zorgen horen nu eenmaal bij het ouderschap en zullen er altijd zijn.

Iedere ouder wil het beste voor zijn kind of ze nu nog klein of al volwassen zijn. Je hoopt dat ze gelukkig zijn en dat ze goed voor zichzelf kunnen zorgen. Je grootste angst is dat ze iets overkomt.

Zorgen kunnen je alarmeren. We kennen allemaal wel het knagende gevoel dat je kunt voelen en dat je aanzet tot actie, zoals bijvoorbeeld een dokter bezoeken. Vaak blijkt je intuītie achteraf dan juist te zijn.

Maar zorgen kunnen je ook in de weg zitten. Je haalt je van alles in je hoofd, je voorspelt, waarschuwt en voorziet, maar uiteindelijk blijkt het wel mee te vallen.

Naarmate je kinderen ouder worden, wordt je invloed steeds minder en moet je vertrouwen op wat je je kind hebt meegegeven in de opvoeding. Je zult steeds minder controle hebben en zaken moeten loslaten. En dat is natuurlijk wat mijn oma met haar uitspraak bedoelde.

Dat loslaten is lastig en staat indirect in relatie tot je eigen ontwikkeling. Ben je iemand die graag de controle houdt? Hoe staat het met jouw vertrouwen in jezelf en de ander? Kun je erg piekeren over wat er allemaal kan gebeuren? Hoeveel last heb je van je zorgen en hoe ga je daarmee om?

Maar ook de juiste balans vinden tussen leiding nemen en loslaten is moeilijk. Kinderen verlangen ernaar dat ouders ze zien en begrijpen. Dat ouders grenzen stellen hoort daarbij en biedt duidelijkheid en veiligheid. Binnen het kader van grenzen is het belangrijk dat je vertrouwen in je kind hebt. Gun je kind zijn fouten. Daar leert hij meer van, dan de waarschuwingen die hij keer op keer hoort.

Om los te kunnen laten is liefde nodig. Je beseft je je dat je niet alles voor je kind kunt oplossen. Je geeft hem ruimte om zich te mogen ontwikkelen. Je accepteert je eigen onvermogen en hebt vertrouwen in je kind.

 

   

>home